Winkelwagentje

Column Erik Poel: 'Met een winkelwagen de baan op?'

Ik zal er in deze column geen doekjes om winden: voor ons als tennis- en padelliefhebber is het ontzettend balen dat we de baan niet op kunnen. Ik kan niet wachten om weer op de baan te staan. Natuurlijk weten we allemaal waarom we niet onze sportieve gang kunnen gaan, want gezondheid staat voorop. En we houden ons aan de maatregelen om het coronavirus te bestrijden. Maar toch voelt het een beetje wrang. Want als je nou één sport kan bedenken waarbij je de ‘social distance’ – anderhalve meter afstand houden – kunt naleven, dan is het tennis. Dat hoor je iedereen ook zeggen. Iemand zei ook tegen me: ‘Als ik met een winkelwagentje de baan op ga, mag het dan wel?’ Want waarom mogen we wel massaal naar de bouwmarkt, het tuincentrum en de supermarkt, een karretje voor ons uit duwend, maar niet de tennisbaan op?

We missen het tennissen en padellen ook omdat sporten gezond is, het houdt ons fit en het geeft veel plezier en ontspanning om met vrienden op de baan te staan. Dat hebben we juist nodig in deze tijd. En we weten inmiddels ook dat sporten een ontzettend positieve bijdrage levert om weerstand op te bouwen en ons te wapenen tegen (de gevolgen van) corona.

Dagelijks vragen volwassenen uit het hele land mij dan ook wanneer ze weer de baan op mogen en of het clubhuis weer open mag. Dat is niet alleen door sportieve belangen ingegeven. De hele situatie kent een financiële kant, laten we daar niet omheen draaien. De kosten die verenigingen maken lopen nu eenmaal door en veel tennisleraren, zeker de zzp’ers, zien hun inkomsten soms tot nul dalen. Ook de pachters van de clubhuizen hebben het zwaar, er zijn geen inkomsten. Met wat creativiteit en toestemming van de gemeenten proberen ze het hoofd boven water te houden, bijvoorbeeld met afhaalmaaltijden of bezorgdiensten. Ook voor hen vechten we.

Het kabinet heeft bij de maatregel om sportverenigingen te sluiten, alle sporten over één kam geschoren. En nogmaals, we houden ons uiteraard aan de maatregelen en we zijn ontzettend blij dat de jeugd nu weer mag starten. Maar tennis is geen voetbal, hockey is geen golf. Daarom lobbyen wij er in Den Haag al langere tijd voor om sporten zoals tennis én padel eerder mogelijk te maken. We staan er niet alleen voor, we voeren samen met andere zogenaamde ‘laag-risico’ sporten gesprekken met het RIVM, met het ministerie van VWS en met sportkoepel NOC*NSF.

De uitspraak van Rutte, een tijdje terug, dat we ‘voorlopig echt nog niet gaan tennissen’, was overigens niet zozeer ingegeven door eventuele problemen met afstand houden maar door de angst dat als bijvoorbeeld alle tennisparken en golfbanen weer open gaan er veel extra verkeer op gang zou komen. Maar die angst is voor tennis en padel niet terecht, want er zijn zó veel tennis- en padelverenigingen in Nederland meer dan 1.600. En bijna altijd binnen een straal van drie kilometer van elk huis. Dus niemand hoeft met het openbaar vervoer, we kunnen meestal gewoon op de fiets. Dat is overigens wel de reden dat competities en toernooien wat langer op zich zullen laten wachten.

Gelukkig kunnen kinderen en jongeren t/m 18 jaar nu wel weer de baan op. Van de bijna 1.400 verenigingen met jeugdleden is de helft direct afgelopen woensdag met ze aan de slag gegaan. Veel andere verenigingen openen het park na het weekend. Met de richtlijnen en het stappenplan dat we hebben opgesteld voor alle verenigingen en leraren kan iedereen veilig en verantwoord aan de slag.

Het is geweldig om al die blije gezichten van de kinderen weer te zien. Ik ben ontzettend trots op alle verenigingen, vrijwilligers en leraren die hun schouders eronder hebben gezet en het in korte tijd voor elkaar hebben gekregen.

Ik denk dat onze verenigingen er klaar voor zijn om binnen de geldende richtlijnen ook het tennis en padel voor volwassenen weer open te stellen. Laten we er daarom samen voor zorgen dat deze eerste stap in de goede richting met jeugd goed en veilig verloopt. Des te eerder kan iedereen weer als vanouds de baan op en hopelijk ook snel daarna weer gezellig een drankje drinken op het terras.

Column Erik Poel

Erik Poel
Algemeen directeur KNLTB